|
|
JEUGDBOEKEN: ROSIE EN MOUSSA ****
|
Volkskrant, 08.01.11, Pjotr van Lenteren
|
De stad speelt in kinderboeken zelden een grotere rol dan als decor. De Italiaan Guido Quarzo (1948) kiest ervoor om haar hoofdpersoon te maken van zijn voorleesboek Vergeten steden. Een reiziger doet op ironische toon verslag van zijn bizarre bezoeken in een tijd dat mensen de stad nog moesten uitvinden. En dus met gekke, vaak niet al te praktische oplossingen komen voor problemen die er helemaal niet hadden hoeven zijn. In de stad Duin zijn de huizen van zand, in Hoek zijn ze op de grond getekend en Rad is een stad die zich met grote raderen door het landschap beweegt. Dat leidt tot lastige problemen: in Duin waaien de huizen weg. In Hoek is het altijd koud en moet je goed opletten in wiens huis je loopt en in Rad is iedereen altijd alles kwijt. De vreemdeling begrijpt er niets van en doet in bijna elke stad iets verkeerd, tot grote ergernis van de bewoners. Die uiteindelijk toch allemaal trots vertellen wat er zo bijzonder is aan hun stad en hoe ze omgaan met de ongemakken die alleen de lezer als zodanig ziet. Quarzo heeft in eigen land een groot oeuvre voor kinderen opgebouwd, maar is in Nederland onbekend en slechts eenmaal eerder vertaald. Hij houdt van zijn klassiekers: inspiratiebron is overduidelijk De onzichtbare steden van Italo Calvino, waarin Marco Polo fictieve steden beschrijft aan Kublai Khan, kiezer der Mongolen. Net als zijn grote voorbeeld staat Vergeten steden vol metaforen en boodschappen. Prachtig is het verhaal over de stad Vertelopnieuw waar sinds de uitvinding van het schrift mensen het vermogen hebben verloren om verhalen te vertellen. De bewoners snakken zo naar een verhaal, dat ze die met elkaar ruilen en er alles voor over hebben om eens wat nieuws te horen. Of de stad Wiezalhetzeggen, waar je terechtkomt als je verdwaald bent en die meteen weer verdwijnt als je de weg terug hebt gevonden. Kinderen hoeven al die extra's er niet per se uit te halen om plezier te beleven aan dit bijzondere boek, dat helaas wel wat somber is vormgegeven: in de winkel loop je het gemakkelijk voorbij. Deze verhalen verdienen beter. Zeker als ze een voorportaal willen zijn naar de grote literatuur.
Ook onder indruk van de grote stad, maar dan die van vandaag, zijn auteur Michael de Cock en illustrator Judith Vanistendael . In ROSIE EN MOUSSA voegt illustratie veel toe aan het verhaal, dat eerst als feuilleton verscheen in 'Zazie', de kinderpagina van de krant Brussel deze week. Rosie verhuist naar een grote flat aan de andere kant van de stad en sluit vriendschap met de rebelse Moussa. Die is erg blij dat er eindelijk iemand van zijn leeftijd in de flat is en wil haar graag het dak laten zien en de stad, maar dat is natuurlijk verboden. Doordat Judith Vanistendael delen van het verhaal in tekeningen vertelt en de tekst op die plekken even zwijgt, ontstaan er sfeervolle situaties. Zoals de eindeloos lange trappen die Rosie op moet als ze voor het eerst in de flat komt, het indrukwekkend uitzicht op het dak en de gemene conciërge die een -letterlijk- onuitgesproken geheim heeft. Ook dit boek heeft als enige nadeel dat het wel wat dikker had gemoogd, maar het samengaan van vorm en inhoud is hier wél geslaagd.
|
|
|
| |