|
|
Standaard der Letteren, 28.01.11
|
Rosie verhuist met haar moeder naar de andere kant van de stad, naar een kil hoog flatgebouw waar ze niemand kennen. Voor Rosie lijkt het wel de andere kant van de wereld. 'Het duurt vast een eeuwigheid voor ik hier vrienden heb', denkt ze. Maar dat is buiten Moussa gerekend, een fantasievol kereltje dat pal boven haar woont. Hij is maar wat blij een leeftijdgenoot aan te treffen, en in zijn enthousiasme wil hij de ietwat nuchtere Rosie alles tonen wat er te beleven valt in haar nieuwe woonst. De kers op de taart is een kijkje op het dak - dat is streng verboden, maar het uitzicht over de stad is er onweerstaanbaar mooi. Een stel avontuurlijke kinderen en een chagrijnige, kindonvriendelijke huisbewaarder: daar moeten wel problemen van komen.
Michael De Cock heeft aan weinig woorden genoeg om een hele gevoelswereld op te roepen. Hij is allesbehalve uitleggerig, en verstaat de kunst om met goed gekozen beelden en levendige dialogen hartverwarmende personages neer te zetten. Zo slaagt hij erin om dit verhaal voor zevenjarigen diep- gang te geven, iets waar het bij boeken voor deze leeftijdscategorie wel eens aan schort.
Judith Vanistendaels schetsmatige illustraties hebben een grote naturel en expressiviteit. Het beeld waarin Rosie en haar moeder voor het eerst de eindeloze trap in de kale traphal beklimmen en een eerste blik werpen op hun al even kale appartement, spreekt boekdelen. Net als de tekening van de kinderen op het dak, samen in één jas: je ziet twee verkleumde kinderen, maar tegelijk zie je een ontluikende vriendschap. Vanistendael illustreert niet gewoon de tekst, maar voegt er elementen aan toe - een geslaagde wisselwerking.
Volgende de flap is ROSIE EN MOUSSA het eerste deel van een reeks over 'twee kinderen in de grote stad'. Laat dat tweede deel maar komen, De Cock en Vanistendael zijn een uitstekend op elkaar ingespeeld duo.
|
|
|
| |